Vrijdag 25 januari 2019 : Engelse tuinen

Voordracht Peter De Coninck over Engelse tuinen. Peter maakte alle 43 aanwezigen enthousiast met zijn diareportage van maar liefst 26 verschillende Engelse tuinen en dit na het tonen van de foto’s van onze eigen tweedaagse reis van 2018 die je zelf nog steeds kan vinden op onze website. Daarnaast bracht hij ons heel wat diverse weetjes bij met zijn uitgebreide kennis.


Vrijdag 26 oktober 2018: Kamerplanten

Dhr. Paul Vandenberghe bracht ons een zeer boeiende voordracht over kamerplanten. Via een handige powerpointpresentatie passeerden heel wat bloeiende en bladhoudende kamerplanten de revue. Ondertussen vertelde Paul ons hoe we het onderhoud van de diverse planten moesten aanpakken en welke gemakkelijk te houden waren of welke eerder voor gevorderden of liefhebbers waren.


Vrijdag 28 september 2018: Duurzaam en ecologisch huishouden

Mevr. Anja Goudeseune bracht ons tijdens deze voordracht heel wat tips bij om ons huishouden op een ecologische manier aan te pakken. Veel verkochte poetsmiddelen zijn immers niet gezond. Sommige producten kunnen zelfs kankerverwekkend zijn. Met relatief goedkope middeltjes kunnen we eenzelfde, of misschien zelfs een beter, resultaat bekomen dan met de traditionele producten. O.a. baksoda, schoonmaakazijn, citroenen,… zijn onmisbaar in het ecologisch huishouden.

We kregen een mooi document waarin de meeste tips gebundeld staan. Wie niet aanwezig was op de voordracht kan deze bundel opvragen bij één van onze bestuursleden.


Vrijdag 27 april 2018: Buxus van A tot Z

Dhr. Koenraad Vandamme bracht ons een gloednieuwe voordracht over ziekten en plagen bij Buxus en hoe we het aanpakken om ze te voorkomen of te bestrijden.

Voeding is bij buxus cruciaal. We kunnen hiervoor best zeewierkalk en gedroogde kippenmest gebruiken. Bekalken doen we best in de maand februari. Bemesten in volle grond doen we best in de maand april. Gewone kippenmest kan ook gebruikt worden maar dan moet je opletten dat deze goed verteerd is en dus niet zomaar verse kippenmest gebruiken. In het najaar voor de winter wordt er dan best nogmaals bekalkt en bemest (oktober – november).

Buxus mag zeker niet te nat staan. Daarom is het best om bij het aanplanten een goede grondverbeteraar in te werken. Compost van IVVO ed. is eigenlijk te straf voor de jonge planten.

De grond afdekken met schors bij Buxusplanten is eigenlijk ook niet goed. Dit zorgt er immers voor dat de grond verzuurt en hierdoor komen de buxusplanten bruin.

Water geven aan Buxus in volle grond is niet nodig. Buxus in pot moet je 1x per week goed water geven en dit vanaf maart tot oktober (10 liter water per plant, zorg wel dat het water weg kan uit de pot!)

Bij een goede bemesting en verzorging, voorkom je al heel wat problemen.

Mogelijk problemen bij Buxus:
– Buxusbladvlo: witte pluisjes op de buxus. Dit is geen schimmel. Lieveheersbeestjes zijn verzot op de larven. Dit doet echter niet veel kwaad aan de Buxusplanten. Het kleeft echter wel sterk.
– Buxusmot: dit is in feite de mot van een Aziatische vlinder. Ze eten niet het volledige blad op maar enkel de jonge, groene delen. Momenteel zijn ze reeds waargenomen rond het Kortrijkse maar zijn wij hier in onze streken er nog van gespaard gebleven. Het is enkel de rups die behandelbaar is. Indien de rups verpopt is, is het eigenlijk al te laat. Om te bestrijden start je best met biologische middelen (bv. Conserve). Het is wel belangrijk om na 2 weken de behandeling nog eens te herhalen. Feromoonvallen kunnen ook een oplossing zijn. De kippen loslaten tussen de Buxusplanten is ook een effectief middel maar is natuurlijk niet altijd mogelijk. De buxusmot is zo’n 5 jaar in België aanwezig. Het valt op dat ze vooral voorkomt in verstedelijkte gebieden.
– Buxustopmijt: misvorming van de blaadjes. Hier kan tegen gesproeid worden maar na snoei verdwijnt dit ook.
– Buxusspint: groot probleem. Het spinnetje is niet te zien met het blote oog maar zit onderaan het blad. Het zorgt voor een complete groeistilstand van de plant. Witte puntjes op het blad zijn een indicatie hiervan. Hiervoor kan gesproeid worden met een 2e behandeling na een paar weken.
– Buxusschimmel: bij vochtig warm weer. Zwart-witte lijntjes op de takjes zijn een kenmerk hiervan. Hiertegen kan gesproeid worden met Eminent. De schimmel wordt echter wel resistent tegen het product.
– Kommaschildluis: komt vooral voor bij oudere Buxussen. Bij kleine aantasting kan dit afgeborsteld worden met een zeepsopje.


Vrijdag 23 maart 2018 – Kruiden van A tot Z

Dhr. Deblaere bracht ons heel wat bij over kruiden in de tuin. Hij had heel wat voorbeelden mee en aan de hand van een powerpointpresentatie werden heel wat voorbeelden overlopen.
Een mooi voorbeeld van een kruidentuin is Bulskampveld te Beernem. Daar valt alvast heel wat inspiratie op te doen.
Kruiden bestaan zowel als éénjarige als doorlevende plant. Voorbeelden van éénjarige kruiden zijn springkruid, kleine veldkers. Dit smaakt een beetje naar waterkers maar is taaier. Kippen en konijnen eten dit zeer graag.
Als doorlevende kruiden kan je zowel groenblijvende hebben als kruiden hebben die verdwijnen tijdens de winter. Voorbeelden van doorlevende kruiden zijn daslook, wilde selder, salie, rozenkruid, bieslook.
Bijna alle kruiden zijn op de één of andere manier medicinaal. Ook kunnen kruiden dienen als afweerplant in de moestuin. Door het afgeven van een specifieke geur kan dit als vijand fungeren van ongedierte.
Het meest gekende gebruik van kruiden is uiteraard in de keuken. Zowel rauw in slaatjes, in bereide gerechten als voor infusies van thee kunnen kruiden nuttig gebruikt worden. Tijdens de avond kregen we hieromtrent heel wat tips.


Vrijdag 23 februari 2018 – De roos

De roos is de koningin der bloemen. Ze worden al vele duizenden jaren gekweekt om hun schoonheid, geuren en diverse kleuren.

Ze staan symbool voor de liefde schoonheid en geluk.
Er bestaan een 300-tal wilde soorten en enkele duizenden soorten gekweekte rozen over de hele wereld. Onder de soorten hebben we miniatuurrozen, grondbedekkers, heesterrozen, struikrozen, klimrozen, liaanrozen en stamrozen. Stokrozen horen daar niet bij. De meeste soorten bloeien eind mei, juni, juli en dan hebben we nog de doorbloeiende soorten die bloeien tot eind november.

PLANTEN VAN ROZEN
Rozen houden van wind en minimum 5 uur zon per dag, water en humusrijke grond. Best op ruime afstand zetten van elkaar, zo drogen ze rapper op en is er minder kans op ziekten. Lichte leemgrond hebben ze het liefst. Lichte grond goed mengen met compost. De ideale grond voor rozen is neutraal of licht zuur 6 a 7 PH. Geen rozen planten waar rozen gestaan hebben, tenzij men de grond vernieuwd.

BEMESTEN VAN ROZEN
Rozen zijn gulzige planten en hebben veel voedsel nodig om veel en mooie bloemen en bottels voor te brengen.
Minimaal 2 a 3 maal bemesten, 1ste maal na de snoei, 2de maal begin mei, 3de maal eind juni en dit met rozenmest of bloemenmest 2 derden en 1 derde koemestkorrels. Voor de winter compost of goed verteerde stalmest toedienen.

ZIEKTEN EN INSECTEN BIJ ROZEN
Meeldauw of witziekte: de bladeren worden paars of wit bij vochtig weer. Roest: bladeren krijgen bovenaan gele plekken en aan de onderkant van het blad roestpuntjes.
Spuiten bij valavond en bij droog weer. Regelmatig veranderen van sproeistof. Goede producten zijn BELLAROSE en IMPAKT.
De bladluis is de grootse belager van onze rozen. Natuurlijke vijanden van de bladluis zijn oorwormen, sluipwesp en O.L.H beestjes. We kunnen de bladluizen verwijderen of de rozen besproeien met licht zeepsop of besproeien met het product CONFIDOR.

Bekende rozenkwekers zijn: Vansanten Wetteren, Lens Roses Oudenburg, Luycks Gistel.

Bekende rozentuinen zijn: Internationale rozentuin Kortrijk, Rozentuin Coloma ST. Pieters leeuw.


Vrijdag 26 januari 2018 – gebruik van de hobbyserre

Vrijdag 26 januari 2018 hadden we onze eerste voordracht van het nieuwe tuinseizoen. 34 aanwezigen kregen uitleg van Dhr. Philip Van De Sompele over het gebruik van de serre.

We leerden o.a. dat Philip de voorkeur gaf aan een glazen serre t.o.v. een plastieken serre. De ramen van een glazen serre zijn immers makkelijker te reinigen dan de plastiek van een koepelserre. Licht is en blijft het belangrijkste in een serre. De plaatsing is dus ook van zeer groot belang. Het is belangrijk dat het fris en aangenaam ruikt als je binnenkomt. Het mag niet te vochtig worden in de serre. Ventilatie is daarom uitermate belangrijk.

Daarnaast is het belangrijk dat de grond goed bewerkt wordt. Philip gaf de voorkeur aan champignoncompost maar andere organische bemesting is even goed als ze maar voldoende afgerijpt is. Om zoutproblemen op te lossen in de serre is het best om de serre in de loop van de maand augustus te spoelen. Dit betekent in principe dat er zo’n 50 liter water per m² zou moeten vloeien in de serre.

Het is belangrijk om niet per se een maximale productie na te streven. De kwaliteit van de geleverde productie is belangrijk voor een amateur-tuinier. Om te zaaien is het beter van niet te vroeg te beginnen maar vanaf kunnen we wel al beginnen. De grondtemperatuur is belangrijker dan de luchttemperatuur. Daarom is het interessant om een grondthermometer aan te kopen.

Daarnaast gaf Philip ons nog wat tips om ongedierte te voorkomen. Slakken, bladluizen,… kunnen immers voor veel schade zorgen.